Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Appartementsrecht. Commerciële verhuur toegestaan? Uitleg splitsingsakte…
Hoge Raad, 17 november 2017
ECLI:NL:HR:2017:2899 · Hoge Raad · 17 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2899
Zaakgegevens
Op 17 november 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 november 2017
- Datum publicatie
- 16 november 2017
- Zaaknummer
- 16/05628
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.H. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2899
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Appartementsrecht. Commerciële verhuur toegestaan? Uitleg splitsingsakte, splitsingsreglement en huishoudelijk reglement. Nietigheid boetebesluiten o.g.v. art. 5:129 BW in verbinding met art. 2:14 BW.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 9 augustus 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:3245Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 oktober 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1097Hoge Raad · 17 november 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2899
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
17 november 2017
Eerste Kamer
16/05628
RM/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
de vereninging VERENIGING VAN EIGENAREN VAN HET FLATGEBOUW " [A] " AAN DE [adres] ,
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de VvE.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 2862629 CV EXPL 14-6629 van de kantonrechter te Amsterdam van 6 juni 2014 en 14 november 2014;
b. het arrest in de zaak 200.164.787/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 augustus 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de VvE is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 19 oktober 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 17 november 2017.