Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Passeren van aanbod tot leveren van tegenbewijs door…
Hoge Raad, 24 februari 2017
ECLI:NL:HR:2017:307 · Hoge Raad · 24 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-307
Zaakgegevens
Op 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 februari 2017
- Datum publicatie
- 23 februari 2017
- Zaaknummer
- 16/00089
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K Aantjes, mr. J.W.H. van Wijk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:307
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Passeren van aanbod tot leveren van tegenbewijs door brandoorzaakdeskundige in diens hoedanigheid van partijdeskundige (art. 200 Rv) dan wel in diens hoedanigheid van getuige (art. 168 Rv).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 december 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1331Hoge Raad · 24 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:307
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
24 februari 2017
Eerste Kamer
16/00089
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. De vennootschap onder firma LEERFASHION MODECENTRUM,
gevestigd te Genemuiden,
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [eiseres 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
4. [eiser 4] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
ALGEMENE FRIESE ONDERLINGE SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ "ZEVENWOUDEN" U.A.,
gevestigd te Heerenveen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Leerfashion c.s. en Zevenwouden.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 97662/HA ZA 09-561 van de rechtbank Leeuwarden van 30 juni 2010, 13 oktober 2010 en 22 februari 2012;
b. de arresten in de zaak 200.107.553/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juli 2013, 24 december 2013, 5 augustus 2014, 25 november 2014, 3 maart 2015 en 6 oktober 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 25 november 2014 en 6 oktober 2015 hebben Leerfashion c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Zevenwouden heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Zevenwouden mede door mr. G.C. Nieuwland.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Leerfashion c.s. hebben bij brief van 29 december 2016 op die conclusie gereageerd. Nu deze brief niet door tussenkomst van een advocaat aan de Hoge Raad is toegestuurd, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Leerfashion c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Zevenwouden begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 februari 2017.