Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Caraïbische zaak. Recht op mondeling pleidooi, art. 281 RvC, art. 90, 97, 99…
Hoge Raad, 8 december 2017
ECLI:NL:HR:2017:3103 · Hoge Raad · 8 december 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-3103
Zaakgegevens
Op 8 december 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 december 2017
- Datum publicatie
- 7 december 2017
- Zaaknummer
- 17/00962
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. van Weerden
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:3103
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Caraïbische zaak. Recht op mondeling pleidooi, art. 281 RvC, art. 90, 97, 99 Procesreglement 2016 Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Rechterswisseling, art. 155 Rv, art. 224 lid 3 RvC.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 oktober 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1172Hoge Raad · 8 december 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:3103
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
8 december 2017
Eerste Kamer
17/00962
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
KORPORASHON PA DESAROYO DI KORSOU,
gevestigd te Willemstad, Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Korpodeko.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 70358 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 14 september 2015;
b. de vonnissen in de zaak AR 70358/14 H-10/16 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 26 april 2016 en 6 december 2016.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de vonnissen van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Korpodeko heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 10 november 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Korpodeko begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 8 december 2017.