Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verjaring van schadevordering? Voldoet stuitingsbrief aan de eisen van…
Hoge Raad, 22 december 2017
ECLI:NL:HR:2017:3255 · Hoge Raad · 22 december 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-3255
Zaakgegevens
Op 22 december 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 december 2017
- Datum publicatie
- 21 december 2017
- Zaaknummer
- 17/00099
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.W. Scheltema.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:3255
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verjaring van schadevordering? Voldoet stuitingsbrief aan de eisen van art. 3:317 BW? Is plaats voor bewijslevering m.b.t. andere omstandigheden?
Procesgang
Rechtbank Almelo · 15 augustus 2012
ECLI:NL:RBALM:2012:BX6698Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 september 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:4285Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 november 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1322Hoge Raad · 22 december 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:3255
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 februari 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:327
Uitspraak
22 december 2017
Eerste Kamer
17/00099
LZ/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2],
gevestigd te Rijssen,
EISERS tot cassatie,
advocaten: mr. D.M. de Knijff en mr. R.L. Bakels,
t e g e n
STICHTING EX AEQUO ET BONO,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Stichting.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 120047/HA ZA 11-352 van de rechtbank Almelo van 10 augustus 2011 en 15 augustus 2012;
b. de arresten in de zaak 200.120.555 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en in de zaak 200.151.088/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 september 2016.
De arresten van de hoven zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch van 27 september 2016 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 1 december 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 22 december 2017.