Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Bezwaren tegen handhaving eerder getroffen…
Hoge Raad, 3 maart 2017
ECLI:NL:HR:2017:357 · Hoge Raad · 3 maart 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-357
Zaakgegevens
Op 3 maart 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 maart 2017
- Datum publicatie
- 2 maart 2017
- Zaaknummer
- 16/03894
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.M Tjon-En-Fa, mr. F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:357
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Bezwaren tegen handhaving eerder getroffen onmiddellijke voorziening (benoeming bestuurder) en tegen aanvullende onmiddellijke voorzieningen (benoeming beheerder aan wie aandelen ten titel van beheer moeten worden overgedragen); art. 2:349a BW. Samenhang met 16/01856.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 28 april 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:1611Gerechtshof Amsterdam · 10 mei 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:1779Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 december 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1371Hoge Raad · 3 maart 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:357
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
3 maart 2017
Eerste Kamer
16/03894
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. JKS HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR D.E.M.,
gevestigd te Haarlem,
VERZOEKSTERS tot cassatie, verweersters in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa,
t e g e n
[verweerder],
gevestigd te [woonplaats], Verenigde Staten,
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
Verzoeksters zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als als JKS c.s. en verweerder als [verweerder].
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak 200.172.902/02 OK van de ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 28 april 2016 en 10 mei 2016.
De beschikkingen van de ondernemingskamer zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van de ondernemingskamer hebben JKS c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en het incidenteel cassatieberoep.
De advocaat van JKS c.s. heeft bij brief van 1 februari 2017 op die conclusie gereageerd; de advocaat van [verweerder] heeft dat gedaan bij brief van 13 januari 2017.
3 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt JKS c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 393,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van JKS c.s. begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 maart 2017.