Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Boedelbeschrijving nalatenschap. Vaststelling omvang geldvorderingen, art. 4:13…
Hoge Raad, 3 maart 2017
ECLI:NL:HR:2017:362 · Hoge Raad · 3 maart 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-362
Zaakgegevens
Op 3 maart 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 maart 2017
- Datum publicatie
- 2 maart 2017
- Zaaknummer
- 16/01766
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.H. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:362
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Boedelbeschrijving nalatenschap. Vaststelling omvang geldvorderingen, art. 4:13 lid 3 BW Curaçao. Grenzen rechtsstrijd in hoger beroep, ontbreken grievenstelsel, Curaçao.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 januari 2017
ECLI:NL:PHR:2017:18Hoge Raad · 3 maart 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:362
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
3 maart 2017
Eerste Kamer
16/01766
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende in Curaçao,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
1. [de vader] ,
wonende in Curaçao,
2. [verweerder 2] ,
wonende in Curaçao,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] , de vader en [verweerder 2] .
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak EJ 69471/2013 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 13 november 2014, 16 maart 2015 en 13 augustus 2015;
b. de beschikkingen in de zaak 69471-H333/15 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 9 juni 2015 en 5 januari 2016.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 5 januari 2016 heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader en [verweerder 2] hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 26 januari 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 maart 2017.