Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Vennootschapsrecht; interne bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 BW). Is voor…

Hoge Raad, 24 maart 2017

Zaakgegevens

Op 24 maart 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 maart 2017
Datum publicatie
22 maart 2017
Zaaknummer
16/01331
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J.H van Gelderen, mr. J.W.H. van Wijk
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:486
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Vennootschapsrecht; interne bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 BW). Is voor aansprakelijkheid nodig dat de schade voor de bestuurder voorzienbaar was?

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 december 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:4975
  2. Conclusie A-G · 13 januari 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:15
  3. Hoge Raad · 24 maart 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:486

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

24 maart 2017

Eerste Kamer

16/01331

TT/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.H. van Gelderen,

t e g e n

[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 102691 / HA ZA 10-571 van de rechtbank Roermond van 29 september 2010, 17 augustus 2011, 21 december 2011 en van de rechtbank Limburg van 8 januari 2014;

b. het arrest in de zaak 200.144.370/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 1 december 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. M.H.K. Jansen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 26 januari 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 maart 2017.