Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Vordering tot herroeping wegens bedrog. Casus bekend uit HR 29 november…
Hoge Raad, 31 maart 2017
ECLI:NL:HR:2017:554 · Hoge Raad · 31 maart 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-554
Zaakgegevens
Op 31 maart 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 maart 2017
- Datum publicatie
- 30 maart 2017
- Zaaknummer
- 16/02181
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.C. van Schaick.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:554
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Vordering tot herroeping wegens bedrog. Casus bekend uit HR 29 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3762, NJ 2014/9. Faillissementspauliana (art. 42 Fw). Verzwijging? Grenzen rechtsstrijd.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 februari 2017
ECLI:NL:PHR:2017:202Hoge Raad · 31 maart 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:554
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
31 maart 2017
Eerste Kamer
16/02181
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
JAYA B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. A.H. Vermeulen en mr. A.H.H. Conradi-Vermeulen
t e g e n
mr. Robbert Gerard ROEFFEN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],
kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. A.C. van Schaick.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Jaya en de curator.
1 Het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 12/01124, ECLI:NL:HR:2013:CA3762, NJ 2014/9 van de Hoge Raad van 29 november 2013;
b. de arresten in de zaak 200.162.550/01 van het gerechtshof Amsterdam van 17 juni 2014 (rolbeslissing), 16 december 2014, 17 maart 2015 en 19 januari 2016.
De arresten van het hof van 17 maart 2015 en 19 januari 2016 zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 17 maart 2015 en 19 januari 2016 heeft Jaya beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, met veroordeling van Jaya in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten indien deze kosten niet binnen veertien dagen na het te wijzen arrest zijn betaald.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Jaya heeft bij brief van 23 februari 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Jaya in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Jaya deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 31 maart 2017.