Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Consumentenrecht. Erfpacht. Wijziging canon op grond van beding in akte. Uitleg…
Hoge Raad, 31 maart 2017
ECLI:NL:HR:2017:559 · Hoge Raad · 31 maart 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-559
Zaakgegevens
Op 31 maart 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 maart 2017
- Datum publicatie
- 30 maart 2017
- Zaaknummer
- 15/05473
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. R.F. Thunnissen <?linebreak ?> en thans mr. J.F de Groot, mr. K. Teuben
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:559
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Consumentenrecht. Erfpacht. Wijziging canon op grond van beding in akte. Uitleg erfpachtakte. Had hof ambtshalve moeten toetsen aan afd. 6.5.3 BW (resp. aan EU-regels over oneerlijke bedingen)?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 20 mei 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:1875Gerechtshof Amsterdam · 25 augustus 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:3477Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 januari 2017
ECLI:NL:PHR:2017:72Hoge Raad · 31 maart 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:559
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
31 maart 2017
Eerste Kamer
15/05473
LZ/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. R.F. Thunnissen
en thans mr. J.F. de Groot,
t e g e n
de STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Rijksvastgoedbedrijf,
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Staat.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 123722/HA ZA 10-938 van de rechtbank Alkmaar van 26 januari 2011 en 6 juli 2011;
b. de arresten in de zaak 200.095.136/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 mei 2014, 2 december 2014 en 25 augustus 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 17 februari 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 31 maart 2017.