Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Ontbinding overeenkomst tot onderhuur bedrijfsruimte. Incidentele vordering tot…

Hoge Raad, 7 april 2017

Zaakgegevens

Op 7 april 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 april 2017
Datum publicatie
7 april 2017
Zaaknummer
16/00338
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J. van Weerden
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:633
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Ontbinding overeenkomst tot onderhuur bedrijfsruimte. Incidentele vordering tot zekerheidstelling (art. 235 Rv).

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 4 augustus 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:3180
  2. Conclusie A-G · 10 februari 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:84
  3. Hoge Raad · 7 april 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:633

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

7 april 2017

Eerste Kamer

16/00338

TT/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

SIMPLY BREAD NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Weerden,

t e g e n

SWISSÔTEL AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaten: mr. M.S. van der Keur en mr. R.L. Bakels.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Simply Bread en Swissôtel.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak CV 13-24195 en CV 13-25264 van de kantonrechter te Amsterdam van 15 oktober 2013 en 8 juli 2014;

b. het arrest in de zaak 200.157.562/01 van het gerechtshof Amsterdam van 4 augustus 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Simply Bread beroep in cassatie tevens houdende een incidentele vordering tot zekerheidsteling ingesteld.
De cassatiedagvaarding tevens houdende incidentele vordering tot zekerheidsteling is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Swissôtel heeft in de hoofdzaak en in het incident tot zekerheidstelling geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor Swissôtel toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt in het incident tot afwijzing van de vordering en in het cassatieberoep tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beoordeling van de incidentele vordering

Simply Bread vordert op de voet van art. 415 lid 1 Rv in verbinding met art. 235 Rv dat de Hoge Raad aan de door het hof uitgesproken uitvoerbaarverklaring bij voorraad alsnog de voorwaarde verbindt dat door Swissôtel zekerheid wordt gesteld in de vorm van een bankgarantie ten bedrage van € 1.000.000,--.

Aangezien heden uitspraak in de hoofdzaak wordt gedaan, heeft Simply Bread geen belang meer bij haar vordering, zodat deze reeds hierom zal worden afgewezen.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

in de hoofdzaak:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Simply Bread in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Swissôtel begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incident:

wijst de vordering van Simply Bread tot zekerheidstelling af;

veroordeelt Simply Bread in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van Swissôtel begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 7 april 2017.