Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht; onrechtmatige daad. Vordering tot schadevergoeding van penningmeester die…
Hoge Raad, 21 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:758 · Hoge Raad · 21 april 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-758
Zaakgegevens
Op 21 april 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 april 2017
- Datum publicatie
- 20 april 2017
- Zaaknummer
- 16/02507
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:758
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht; onrechtmatige daad. Vordering tot schadevergoeding van penningmeester die strafrechtelijk is veroordeeld wegens diefstal van geld van de Stichting. Waren gelden aan penningmeester verschuldigd? Stelplicht en bewijslast; levering tegenbewijs.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 januari 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:296Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 maart 2017
ECLI:NL:PHR:2017:305Hoge Raad · 21 april 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:758
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
21 april 2017
Eerste Kamer
16/02507
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
STICHTING ZWEMBAD HOOGKERK,
gevestigd te Hoogkerk, gemeente Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Stichting.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 113686 / HA ZA 09-946 van de rechtbank Groningen van 4 mei 2011 en 29 februari 2012;
b. de arresten in de zaak 200.105.601/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 september 2014, 3 februari 2015 en 19 januari 2016, verbeterd bij arrest van 16 februari 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep
in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen de Stichting is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 24 maart 2017 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 21 april 2017.