Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid belastingadviseur. Berekening inkomstenbelastingschade.

Hoge Raad, 12 mei 2017

Zaakgegevens

Op 12 mei 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 mei 2017
Datum publicatie
12 mei 2017
Zaaknummer
16/00690
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J.H.M van Swaaij, mr. A.C. van Schaick
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:864
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid belastingadviseur. Berekening inkomstenbelastingschade.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 oktober 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:4322
  2. Conclusie A-G · 17 maart 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:277
  3. Hoge Raad · 12 mei 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:864

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

12 mei 2017

Eerste Kamer

16/00690

TT/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

ABAB ACCOUNTANTS B.V.,
gevestigd te Best,

EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,

t e g e n

1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],

2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. A.C. van Schaick.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ABAB en [verweerder] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 227488/HA ZA 11-467 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 1 juni 2011 en 28 december 2011 en van de rechtbank Oost-Brabant van 13 maart 2013;

b. het arrest in de zaak 200.131.098/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 27 oktober 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft ABAB beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor ABAB mede door mr. J.M. Moorman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van ABAB heeft bij brief van 31 maart 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt ABAB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 2.028,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ABAB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 12 mei 2017.