Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Onrechtmatige daad. Niet-nakoming overeenkomst door vennootschap die bij…
Hoge Raad, 19 mei 2017
ECLI:NL:HR:2017:941 · Hoge Raad · 19 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-941
Zaakgegevens
Op 19 mei 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 mei 2017
- Datum publicatie
- 19 mei 2017
- Zaaknummer
- 16/02636
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J den Hoed, mr. B.T.M van der Wiel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:941
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Onrechtmatige daad. Niet-nakoming overeenkomst door vennootschap die bij verstek tot betaling en schadevergoeding is veroordeeld en geen verhaal biedt. Bestuurdersaansprakelijkheid van haar (indirect) bestuurders?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 2 februari 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:86Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 maart 2017
ECLI:NL:PHR:2017:190Hoge Raad · 19 mei 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:941
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
19 mei 2017
Eerste Kamer
16/02636
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats], België,
2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiser zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders als respectievelijk [verweerder 1], [verweerster 2], [verweerder 3], [verweerder 4] en [verweerder 5].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/10/399379/HA ZA 12-327 van de rechtbank Rotterdam van 18 juli 2012 en 27 november 2013;
b. het arrest in de zaak 200.147.967/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 februari 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder 1], [verweerster 2] en [verweerder 3] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vorderen wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten. Tegen [verweerder 4] en [verweerder 5] is verstek verleend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerder 1], [verweerster 2] en [verweerder 3] mede door mr. A. Stortelder. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 31 maart 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1], [verweerster 2] en [verweerder 3] begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan en aan de zijde van [verweerder 4] en [verweerder 5] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 mei 2017.