Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Afwikkeling van beëindigde distributieovereenkomst.
Hoge Raad, 2 juni 2017
ECLI:NL:HR:2017:998 · Hoge Raad · 2 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-998
Zaakgegevens
Op 2 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juni 2017
- Datum publicatie
- 1 juni 2017
- Zaaknummer
- 15/04780
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.M. Tjon-En-Fa.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:998
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Afwikkeling van beëindigde distributieovereenkomst.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 7 juli 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:2843Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 maart 2017
ECLI:NL:PHR:2017:230Hoge Raad · 2 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:998
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
2 juni 2017
Eerste Kamer
15/04780
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
RACER S.A.S.,
gevestigd te Salon-de-Provence, Frankrijk,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en
mr. R.L. Bakels,
t e g e n
CROCS EUROPE B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Racer en Crocs.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/515403/HA ZA 12-493 van de rechtbank Amsterdam van 12 september 2012 en 13 november 2013;
b. de arresten in de zaak 200.144.326/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 september 2014 en 7 juli 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 7 juli 2015 heeft Racer beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Crocs heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Crocs toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Racer in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Crocs begroot op € 6.524,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 juni 2017.