Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid belastingadviseur; art. 7:401 BW. Zorgplicht. (HR 29 mei 2015…
Hoge Raad, 29 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:1024 · Hoge Raad · 29 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1024
Zaakgegevens
Op 29 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 juni 2018
- Datum publicatie
- 27 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/02485
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.L.M.M Tan, mr. Y.E.J. Geradts
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1024
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid belastingadviseur; art. 7:401 BW. Zorgplicht. (HR 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1406, NJ 2015/267 en HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2624, NJ 2009/256)
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:412Hoge Raad · 29 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1024
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
29 juni 2018
Eerste Kamer
17/02485
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.L.M.M. Tan,
t e g e n
ACCON AVM BELASTINGADVIES B.V.,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. Y.E.J. Geradts.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Accon.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/241096/HA ZA 13-195 van de rechtbank Gelderland van 5 juni 2013, 21 augustus 2013, 4 december 2013, 19 februari 2014, 23 april 2014 en 11 februari 2015;
b. de arresten in de zaak 200.166.704 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 mei 2015 en 28 februari 2017.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 28 februari 2017 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Accon heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 4 mei 2018 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Accon begroot op € 2.672,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 29 juni 2018.