Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Geschil tussen ex-echtgenoten of onroerende zaak tot ontbonden…
Hoge Raad, 13 juli 2018
ECLI:NL:HR:2018:1197 · Hoge Raad · 13 juli 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1197
Zaakgegevens
Op 13 juli 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 juli 2018
- Datum publicatie
- 11 juli 2018
- Zaaknummer
- 17/02185
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J van Weerden, mr. S.M. Kingma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1197
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Geschil tussen ex-echtgenoten of onroerende zaak tot ontbonden huwelijksgemeenschap behoort. Heeft moeder van de man door verkrijgende verjaring de eigendom van die zaak verkregen? Art. 3:99 BW.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 mei 2018
ECLI:NL:PHR:2018:518Hoge Raad · 13 juli 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1197
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
13 juli 2018
Eerste Kamer
17/02185
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te Sint Maarten,
2. [verweerster 2],
wonende te Saint Martin,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerder] c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak AR 56/2011 van het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 25 juli 2011, 6 maart 2012, 23 april 2013, 17 september 2013, 10 december 2013, 25 maart 2014 en 25 november 2014;
b. de vonnissen in de zaak AR 56/11 - Ghis 77892 - H 58/15 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 26 augustus 2016 en 3 februari 2017.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof van 3 februari 2017 heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] c.s. toegelicht door hun advocaat en mede door mr. C.J. Wiltink.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 1 juni 2018 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 juli 2018.