Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Opschortingsrecht leverancier in verband met wanbetaling afnemer.

Hoge Raad, 13 juli 2018

Zaakgegevens

Op 13 juli 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juli 2018
Datum publicatie
11 juli 2018
Zaaknummer
17/03229
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. C Reijntjes-Wendenburg, mr. M.S. van der Keur
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1198
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Opschortingsrecht leverancier in verband met wanbetaling afnemer.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 11 april 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:967
  2. Conclusie A-G · 18 mei 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:574
  3. Hoge Raad · 13 juli 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1198

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

13 juli 2018

Eerste Kamer

17/03229

TT/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats], België,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,

t e g e n

[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.S. van der Keur.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/09/482555/HA ZA 15-164 van de rechtbank Den Haag van 8 april 2015 en 16 september 2015;

b. het arrest in de zaak 200.180.414/01 van het gerechtshof Den Haag van 11 april 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat en mede door mr. D.M. de Knijff.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 juli 2018.