Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Machtiging tot voortgezet verblijf. Art. 15 Wet Bopz. Kan gevaar worden afgewend door…

Hoge Raad, 13 juli 2018

Zaakgegevens

Op 13 juli 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juli 2018
Datum publicatie
12 juli 2018
Zaaknummer
18/01430
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. C. Reijntjes-Wendenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1207
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Machtiging tot voortgezet verblijf. Art. 15 Wet Bopz. Kan gevaar worden afgewend door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziekenhuis?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 8 juni 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:699
  2. Hoge Raad · 13 juli 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1207

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

13 juli 2018

Eerste Kamer

18/01430

TT/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE BIJ HET ARRONDISSEMENTSPARKET LIMBURG,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/03/245210 BZ RK 18/69 van de rechtbank Limburg van 12 januari 2018.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 juli 2018.