Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Bewijsrecht. Vordering tot betaling facturen. Betwisting door…

Hoge Raad, 13 juli 2018

Zaakgegevens

Op 13 juli 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juli 2018
Datum publicatie
12 juli 2018
Zaaknummer
17/03998
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J. den Hoed
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1208
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Bewijsrecht. Vordering tot betaling facturen. Betwisting door wederpartij dat goederen en diensten zijn geleverd. Bewijswaardering.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBLIM:2014:1967
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 oktober 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:3942
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 maart 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:1089
  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 mei 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:2131
  5. Conclusie A-G · 1 juni 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:633
  6. Hoge Raad · 13 juli 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1208

    Overig · Conclusie gevolgd

Uitspraak

13 juli 2018

Eerste Kamer

17/03998

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

3. [eiseres 3],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. J. den Hoed,

t e g e n

[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/03/159146/HA ZA 11-208 van de rechtbank Maastricht van 12 februari 2014;

b. de arresten in de zaak HD 200.144.208/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 mei 2014, 6 oktober 2015, 21 maart 2017 en 16 mei 2017.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 6 oktober 2015 en 16 mei 2017 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres 1] in haar cassatieberoep, en voor het overige tot verwerping.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 15 juni 2018 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 juli 2018.