Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Uitleg rechtshandeling. Afnameverplichting in overeenkomst met…
Hoge Raad, 14 september 2018
ECLI:NL:HR:2018:1418 · Hoge Raad · 14 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1418
Zaakgegevens
Op 14 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 september 2018
- Datum publicatie
- 4 september 2018
- Zaaknummer
- 17/03120
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. den Hoed
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1418
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Uitleg rechtshandeling. Afnameverplichting in overeenkomst met leverancier. Beeindiging overeenkomst, instemming. Samenhang met 17/02713.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 mei 2018
ECLI:NL:PHR:2018:515Hoge Raad · 14 september 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1418
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
14 september 2018
Eerste Kamer
17/03120
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
VELOPA B.V.,
gevestigd te Leiderdorp,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M. den Besten en mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en VelopA.
1 Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 11/00298 van 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9530;
b. de arresten in de zaak 200.035.929 van het gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 5 oktober 2010, en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 maart 2013, 26 november 2013, 20 mei 2014 en 28 maart 2017.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
VelopA heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft op 1 juni 2018 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VelopA begroot op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 september 2018.