Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Telecommunicatierecht, procesrecht. Terugbetaling vergoeding voor collocaties. Ontbinding…
Hoge Raad, 9 februari 2018
ECLI:NL:HR:2018:177 · Hoge Raad · 9 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-177
Zaakgegevens
Op 9 februari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 februari 2018
- Datum publicatie
- 8 februari 2018
- Zaaknummer
- 16/06177
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.P.J.L Tjittes, mr. B. Winters
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:177
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Telecommunicatierecht, procesrecht. Terugbetaling vergoeding voor collocaties. Ontbinding overeenkomst, ongedaanmaking. Wijziging eis bij akte na tussenarrest, twee-conclusieregel, ondubbelzinnige toestemming met toelating van nieuwe grief, uitleg gedingstukken.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 30 augustus 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:3363Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 november 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1321Hoge Raad · 9 februari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:177
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
9 februari 2018
Eerste Kamer
16/06177
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
KPN B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. R.P.J.L. Tjittes,
t e g e n
Paul Johan PETERS q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Inovara B.V.,
kantoorhoudende te Rotterdam,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B. Winters.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als KPN en de curator.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 299596 / HA ZA 07-3692 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 9 april 2008;
b. de vonnissen in de zaak 305878/HA ZA 08-1046 van de rechtbank Rotterdam van 17 maart 2010, 9 juni 2010 en 24 augustus 2011;
c. de arresten in de zaak 200.099.008/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 augustus 2014 en 30 augustus 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 30 augustus 2016 heeft KPN beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor KPN mede door mr. P.J. Tanja en voor de curator mede door mr. T.A. Waterbolk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt in het principale cassatieberoep tot verwerping.
De advocaat van KPN heeft bij brief van 1 december 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt KPN in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.028,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 9 februari 2018.