Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Procesrecht. Schade catamaran ten gevolge van breuk staalkabel…
Hoge Raad, 28 september 2018
ECLI:NL:HR:2018:1780 · Hoge Raad · 28 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1780
Zaakgegevens
Op 28 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 september 2018
- Datum publicatie
- 26 september 2018
- Zaaknummer
- 17/03122
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E Bruning, mr. P.A. Fruytier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1780
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Procesrecht. Schade catamaran ten gevolge van breuk staalkabel. Verzekeraars weigeren schade te vergoeden met beroep op uitsluitingsclausule (onvoldoende onderhoud kabel). Motiveringsklachten.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 28 maart 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:1053Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:628Hoge Raad · 28 september 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1780
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
28 september 2018
Eerste Kamer
17/03122
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
1. HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. GENERALI SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Diemen,
3. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4. AEGON SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
5. REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. P.A. Fruytier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de verzekeraars.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/546845/HA ZA 13/808 van de rechtbank Amsterdam van 11 september 2013, 20 november 2013, 30 april 2014, 29 juli 2015 en het aanvullend vonnis van 12 augustus 2015;
b. het arrest in de zaak 200.181.485/01 van het gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De verzekeraars hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de verzekeraars toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft op 15 juni 2018 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de verzekeraars begroot op € 6.575,34 aan verschotten en
€ 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 28 september 2018.