Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Verbintenissenrecht. Samenwerkings- en exploitatieovereenkomst tussen…

Hoge Raad, 9 februari 2018

Zaakgegevens

Op 9 februari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 februari 2018
Datum publicatie
9 februari 2018
Zaaknummer
16/05988
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J Streefkerk, mr. J.W.H. van Wijk
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:179
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Verbintenissenrecht. Samenwerkings- en exploitatieovereenkomst tussen grondeigenaar en gemeente. Door eigenaar op zich genomen verplichting tot aanleg van bestrating e.d. Overdracht gronden aan BV, die failleert. Spoedeisend belang? Overeenkomst tot stand gekomen? Overeenkomst geldig in het licht van de gemeentelijke Exploitatieverordening?

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 augustus 2016

    ECLI:NL:GHARL:2016:6599
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 oktober 2016

    ECLI:NL:GHARL:2016:8229
  3. Conclusie A-G · 1 december 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1331
  4. Hoge Raad · 9 februari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:179

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

9 februari 2018

Eerste Kamer

16/05988

EV/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],

2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. J. Streefkerk,

t e g e n

de GEMEENTE ASSEN,
zetelende te Assen,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/19/113346 / KG ZA 16-11 van de voorzieningenrechter te Assen van 14 juni 2016;

b. de arresten in de zaak 200.193.528/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 2016 en 11 oktober 2016.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 11 oktober 2016 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht doorhun advocaten, voor de Gemeente mede door mr. M.E.M.G. Peletier.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-presidenE.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 9 februari 2018.t