Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8317, NJ 2014/248. Verzekeringsrecht (oud)…
Hoge Raad, 5 oktober 2018
ECLI:NL:HR:2018:1842 · Hoge Raad · 5 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1842
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2018
- Datum publicatie
- 4 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/03224
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1842
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8317, NJ 2014/248. Verzekeringsrecht (oud). Brandverzekering bedrijfspand. Merkelijke schuld (art. 294 (oud) WvK). Brandstichting? Door verzekerde of derde? Bewijswaardering. Gezag van gewijsde.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 11 april 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:893Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:756Hoge Raad · 5 oktober 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1842
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
5 oktober 2018
Eerste Kamer
17/03224
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Den Haag,
2. AEGON SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Den Haag,
3. ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
4. REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
5. de vennootschap naar Belgisch recht
ALLIANZ BENELUX N.V., als rechtsopvolgster van London Verzekeringen N.V.,
gevestigd te Brussel, België,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. M.S. van der Keur
t e g e n
1. [verweerster 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
e n
2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [verweerster 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiseressen zullen hierna ook worden aangeduid als de verzekeraars, verweerster onder 1 als [verweerster 1] en verweerders onder 2 en 3 als de erven [betrokkene 1].
1 Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 10/04461 van 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8317, NJ 2014/248;
b. de arresten in de zaak 200.145.828/01 en 200.012.026/02 van het gerechtshof Den Haag van 28 april 2015 (2x) en 11 april 2017.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 11 april 2017 hebben de verzekeraars beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster 1] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de verschenen partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de verzekeraars in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 1] begroot op € 395,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van de erven [betrokkene 1] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 5 oktober 2018.