Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder BV. Commanditaire…
Hoge Raad, 12 oktober 2018
ECLI:NL:HR:2018:1904 · Hoge Raad · 12 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1904
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2018
- Datum publicatie
- 11 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/04241
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J de Bie Leuveling Tjeenk, mr. J. den Hoed
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1904
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder BV. Commanditaire vennootschap met als doel beleggen in filmproductie. Misleiding en benadeling beleggers doordat film niet is geproduceerd, inleg verloren is gegaan en fiscale voordelen zijn gemist. Maatstaf van persoonlijk ernstig verwijt. Passeren aanbod getuigenbewijs.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 30 mei 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:2034Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:750Hoge Raad · 12 oktober 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1904
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
12 oktober 2018
Eerste Kamer
17/04241
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. DUTCH FILM FINANCE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
VERENIGING BELANGENBEHARTIGING PARTICIPANTEN HUNGRY EYE C.V. 9,
gevestigd te Zeist,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als als DFF c.s. en de Vereniging.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaken 429040/HA ZA 09-1729 en C/13/507567/HA ZA 12-17 van de rechtbank Amsterdam van 4 november 2009 en 26 juni 2013;
b. de arresten in de zaak 200.136.857/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 april 2014, 27 oktober 2015 en 30 mei 2017.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen laatstgenoemd arrest van het hof hebben DFF c.s. beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Vereniging heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor DFF c.s. mede door mr. D. Horeman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van DFF c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt DFF c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Vereniging begroot op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien DFF c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 oktober 2018.