Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Rechterswisseling? Moest bestuurder ten tijde…
Hoge Raad, 12 oktober 2018
ECLI:NL:HR:2018:1906 · Hoge Raad · 12 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1906
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2018
- Datum publicatie
- 11 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/04571
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. van Weerden
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1906
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Rechterswisseling? Moest bestuurder ten tijde van sluiten overeenkomst begrijpen dat vennootschap niet in staat zou zijn aan haar verplichtingen te voldoen?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:751Hoge Raad · 12 oktober 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1906
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
12 oktober 2018
Eerste Kamer
17/04571
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
FENIKS B.V.,
gevestigd te Sint Maarten,
gemeente Harenkarspel,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Feniks en [verweerder] .
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 102756/HA ZA 08-463 van de rechtbank te Alkmaar van 10 september 2008 en 2 september 2009;
b. de arresten in de zaak 200.044.395/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 maart 2011, 5 juli 2011, 27 maart 2012, 20 november 2012, 25 november 2014, 13 januari 2015 en 27 juni 2017.
Het arrest van het hof van 27 juni 2017 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 27 juni 2017 heeft Feniks beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Feniks heeft bij brief van 13 juli 2018 op die conclusie gereageerd. Feniks heeft bij brief van 25 september 2018 op die conclusie gereageerd en heeft daarbij stukken overgelegd. Reeds omdat deze brief niet door tussenkomst van een advocaat aan de Hoge Raad is toegestuurd, zal de Hoge Raad geen acht slaan op deze brief en de daarbij overgelegde stukken.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Feniks in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 oktober 2018.