Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Weigering autodealer om, na doorstart i.v.m. faillissement, oude…
Hoge Raad, 30 november 2018
ECLI:NL:HR:2018:2214 · Hoge Raad · 30 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-2214
Zaakgegevens
Op 30 november 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 november 2018
- Datum publicatie
- 29 november 2018
- Zaaknummer
- 17/03836
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J van Weerden, mr. A.M. van Aerde
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2214
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Weigering autodealer om, na doorstart i.v.m. faillissement, oude reparateurs toe te laten tot netwerk van erkende reparateurs. Gerechtvaardigd vertrouwen op voortzetting contractuele relatie? Mededingingsrecht. Schending kartelverbod (art. 101 VWEU, art. 6 Mw)? Misbruik van machtspositie (art. 102 VWEU, art. 24 Mw)? Motivering.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1112Hoge Raad · 30 november 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2214
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
30 november 2018
Eerste Kamer
17/03836
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. [eiseres 2] ,
gevestigd te [plaats],
3. [eiseres 3] ,
gevestigd te [plaats] ,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
KIA MOTORS B.V.,
gevestigd te Vianen,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] c.s. en KIA Motors.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 305262/HA ZA 11-753 van de rechtbank Midden-Nederland van 6 februari 2013;
b. het arrest in de zaak 200.133.532 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 mei 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. KIA Motors heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor KIA Motors mede door mr. H.M. Cornelissen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principaal beroep.
De advocaat van [eiseres] c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KIA Motors begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 30 november 2018.