Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bank verstrekt laatste tranche van overeengekomen…
Hoge Raad, 14 december 2018
ECLI:NL:HR:2018:2300 · Hoge Raad · 14 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-2300
Zaakgegevens
Op 14 december 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 december 2018
- Datum publicatie
- 13 december 2018
- Zaaknummer
- 17/05414
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.T.M. van der Wiel.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2300
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bank verstrekt laatste tranche van overeengekomen krediet aan BV niet. Faillissement volgt. Onrechtmatige daad jegens medeschuldenaar en (indirect) aandeelhouder? Vooropgezet plan van de bank de BV in handen te krijgen? Voorstellen van de BV niet serieus genomen? Moest bank reddingsplan voorstellen?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 15 augustus 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:2283Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1182Hoge Raad · 14 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2300
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. KONSULT B.V.,
gevestigd te Den Haag,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en
mr. G.C. Nieuwland,
t e g e n
NIBC BANK N.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1] en NIBC.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/486503/HA ZA 15-440 van
de rechtbank Den Haag van 3 februari 2016;
b. het arrest in de zaak 200.191.508/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 augustus 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser 1] beroep in cassatie ingesteld. NIBC heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding
en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor NIBC mede door mr. A. Stortelder.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaten van [eiser 1] c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser 1] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NIBC begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser 1] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 december 2018.