Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening overschreden…

Hoge Raad, 21 december 2018

Zaakgegevens

Op 21 december 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 december 2018
Datum publicatie
20 december 2018
Zaaknummer
17/05255
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. A.H.M. van den Steenhoven
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:2367
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening overschreden; art. 2:394 lid 3 BW. Is dit een "onbelangrijk verzuim" als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Samenhang met 17/05253 en 17/05218.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 augustus 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:3508
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 augustus 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:3520
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 augustus 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:3521
  4. Conclusie A-G · 19 oktober 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1184
  5. Hoge Raad · 21 december 2018

    ECLI:NL:HR:2018:2365

    Bekrachtiging/bevestiging

  6. Hoge Raad · 21 december 2018

    ECLI:NL:HR:2018:2366

    Bekrachtiging/bevestiging

  7. Hoge Raad · 21 december 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:2367

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

21 december 2018

Eerste Kamer

17/05255

TT/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,

t e g e n

1. Leonard Jozef Marie LUCHTMAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van PARTRUST B.V.,
wonende te Breda,

2. Bart Floris LOUWERIER,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van PARTRUST B.V.,
wonende te Breda,

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curatoren.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/02/262911/HAZA 13-288 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 juni 2015;

b. het arrest in de zaak 200.179.483 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 augustus 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de curatoren is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curatoren begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 21 december 2018.