Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Kort geding. Regeling fosfaatreductieplan 2017. Vordering van…
Hoge Raad, 21 december 2018
ECLI:NL:HR:2018:2375 · Hoge Raad · 21 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-2375
Zaakgegevens
Op 21 december 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 december 2018
- Datum publicatie
- 20 december 2018
- Zaaknummer
- 17/06119
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.L.M.M Tan, mr. M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2375
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Kort geding. Regeling fosfaatreductieplan 2017. Vordering van biologische melkveehouders tot onverbindendverklaring. Toetsingsmaatstaf: onmiskenbaar onverbindend? Toetsing aan art. 1 Eerste Protocol EVRM. Kan de wettelijke grondslag voor de Regeling worden gevonden in art. 13 Landbouwwet? Individuele disproportionele last voor biologische melkveehouders?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 31 oktober 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:3071Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1427Hoge Raad · 21 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2375
Uitspraak
21 december 2018
Eerste Kamer
17/06119
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] ,
gevestigd te [plaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.L.M.M. Tan,
t e g e n
de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Staat.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/528572/KG ZA 17/321 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 4 mei 2017;
b. het arrest in de zaak 200.217.315/01 van het gerechtshof Den Haag van 31 oktober 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Staat mede door mr. S.J.M. Bouwman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 21 december 2018.