Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst tussen verkeersslachtoffer en tussenpersoon met betrekking tot het afhandelen…
Hoge Raad, 21 december 2018
ECLI:NL:HR:2018:2386 · Hoge Raad · 21 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-2386
Zaakgegevens
Op 21 december 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 december 2018
- Datum publicatie
- 20 december 2018
- Zaaknummer
- 18/01105
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2386
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst tussen verkeersslachtoffer en tussenpersoon met betrekking tot het afhandelen van letselschade. Kan cliënt ten aanzien van de in de overeenkomst neergelegde beloningsstructuur een beroep doen op dwaling?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 19 december 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:5249Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 november 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1431Hoge Raad · 21 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2386
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
21 december 2018
Eerste Kamer
18/01105
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
WITLOX JURISTEN SINDS 1915 B.V., mede handelend onder de naam MISTERCLAIM,
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. A.C. van Schaick en mr. N.E. Groeneveld-Tijssens,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Witlox en [verweerder].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 4978539/CV EXPL 16-3023 van de kantonrechter te Alkmaar van 1 juni 2016 en 2 november 2016;
b. het arrest in de zaak 200.207.609/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 december 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Witlox beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Witlox hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Witlox in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 21 december 2018.