Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Is sprake van gerechtelijke erkentenis (art. 154 Rv)? Heeft hof tussenvonnis…
Hoge Raad, 23 februari 2018
ECLI:NL:HR:2018:286 · Hoge Raad · 23 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-286
Zaakgegevens
Op 23 februari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 februari 2018
- Datum publicatie
- 23 februari 2018
- Zaaknummer
- 17/00476
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. den Hoed
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:286
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Is sprake van gerechtelijke erkentenis (art. 154 Rv)? Heeft hof tussenvonnis vernietigd zonder dat daartegen hoger beroep was ingesteld?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 december 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1421Hoge Raad · 23 februari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:286
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
23 februari 2018
Eerste Kamer
17/00476
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
AB DOCUMENT B.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR FMI-V.T.U. GROEP,
gevestigd te Bergen op Zoom,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. M. den Besten.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als AB en STAK.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/496150/HA ZA 11-2259 van de rechtbank Amsterdam van 2 november 2011, 14 maart 2012 en 23 januari 2013;
b. de arresten in de zaak 200.133.624/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 september 2014, 21 april 2015, 16 juni 2015 en 18 oktober 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 21 april 2015,16 juni 2015 en 18 oktober 2016 heeft AB beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
STAK heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van AB heeft bij brief van22 december 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt AB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van STAK begroot op € 2.672,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 23 februari 2018.