Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Schadestaatprocedure. Uitleg arrest hof in de hoofdzaak…
Hoge Raad, 23 februari 2018
ECLI:NL:HR:2018:288 · Hoge Raad · 23 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-288
Zaakgegevens
Op 23 februari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 februari 2018
- Datum publicatie
- 23 februari 2018
- Zaaknummer
- 17/00699
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:288
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Schadestaatprocedure. Uitleg arrest hof in de hoofdzaak. Bestuurdersaansprakelijkheid. Berekening vordering.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 december 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1548Hoge Raad · 23 februari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:288
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
23 februari 2018
Eerste Kamer
17/00699
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. EVEREG B.V.,
gevestigd te Andijk,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. [verweerster 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/14/l10847/HAZA 09-506 van de rechtbank Noord-Holland van 30 juli 2014;
b. het arrest in de zaak 200.162.890/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 november 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van22 december 2017 op die conclusie gereageerd.
[eiser 1] heeft bij brief van 17 december 2017 op die conclusie gereageerd. Nu deze brief niet is ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bleeker-Smit c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 23 februari 2018.