Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Reikwijdte (derden)pandrecht: ook gevestigd voor toekomstige vorderingen van pandhouder op…

Hoge Raad, 23 maart 2018

Zaakgegevens

Op 23 maart 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 maart 2018
Datum publicatie
22 maart 2018
Zaaknummer
17/01320
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. S Kousedghi, mr. J.W. de Jong
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:425
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Reikwijdte (derden)pandrecht: ook gevestigd voor toekomstige vorderingen van pandhouder op schuldenaar? Uitleg pandrecht aan de hand van Haviltexmaatstaf.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 december 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:5601
  2. Conclusie A-G · 26 januari 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:55
  3. Hoge Raad · 23 maart 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:425

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

23 maart 2018

Eerste Kamer

17/01320

TT/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [plaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. S. Kousedghi,

t e g e n

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.W. de Jong.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/02/239223/HA ZA 11-1284 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 november 2011, 9 januari 2013 en 5 maart 2014;

b. het arrest in de zaak 200.150.702/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 december 2016, verbeterd bij arrest van 7 maart 2017.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 20 december 2016 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat, en mede door mr. H. Boom en mr. J.G.A. Linssen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 8 februari 2018 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 395,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 23 maart 2018.