Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksgoederenrecht. Huwelijkse voorwaarden. Uitleg verrekenbeding.
Hoge Raad, 20 april 2018
ECLI:NL:HR:2018:643 · Hoge Raad · 20 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-643
Zaakgegevens
Op 20 april 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 april 2018
- Datum publicatie
- 19 april 2018
- Zaaknummer
- 17/00910
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. van Duijvendijk-Brand.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:643
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksgoederenrecht. Huwelijkse voorwaarden. Uitleg verrekenbeding.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:5064Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 oktober 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:4755Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 februari 2018
ECLI:NL:PHR:2018:183Hoge Raad · 20 april 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:643
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
20 april 2018
Eerste Kamer
17/00910
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. A.H. Vermeulen en mr. A.H.H. Conradi-Vermeulen,
t e g e n
[verweerder] , in zijn hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van [de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de executeur.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/02/270718/HA ZA 13-751 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 december 2013 en 16 juli 2014;
b. de arresten in de zaak 200.164.751/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 oktober 2016 en 8 november 2016.
Het arrest van het hof van 25 oktober 2016 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 25 oktober 2016 heeft de man beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De executeur heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de executeur toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Mr. A.H. Vermeulen heeft bij brief van 8 maart 2018 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de man in de kosten van het gedingin cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de executeur begroot op € 395,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 20 april 2018.