Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Ongerechtvaardigde verrijking?

Hoge Raad, 4 mei 2018

Zaakgegevens

Op 4 mei 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 mei 2018
Datum publicatie
3 mei 2018
Zaaknummer
17/01356
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
aanvankelijk mr. B.J. van Dorp en mr. S. Kousedghi
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:676
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Ongerechtvaardigde verrijking?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 maart 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:203
  2. Hoge Raad · 4 mei 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:676

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

4 mei 2018

Eerste Kamer

17/01356

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te Aruba,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. B.J. van Dorp en mr. S. Kousedghi, thans mr. S. Kousedghi,

t e g e n

[verweerder],
wonende te Aruba,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak A.R. no. 1939 van 2010 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 1 februari 2012, 21 augustus 2013 en 7 januari 2015;

b. het vonnis in de zaak AR 1939/10 Ghis 75954 H-330/15 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 20 december 2016.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 22 maart 2018 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 4 mei 2018.