Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Appartementsrecht. Uitleg art. 37 lid 5 Modelreglement van splitsing van eigendom 1973.
Hoge Raad, 4 mei 2018
ECLI:NL:HR:2018:680 · Hoge Raad · 4 mei 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-680
Zaakgegevens
Op 4 mei 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 mei 2018
- Datum publicatie
- 3 mei 2018
- Zaaknummer
- 17/01050
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.A Fruytier, mr. M.J. van Basten Batenburg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:680
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Appartementsrecht. Uitleg art. 37 lid 5 Modelreglement van splitsing van eigendom 1973.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 20 december 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:5490Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 maart 2018
ECLI:NL:PHR:2018:255Hoge Raad · 4 mei 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:680
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
4 mei 2018
Eerste Kamer
17/01050
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.A. Fruytier,
t e g e n
VVE [A] NUMMERS 50 TOT EN MET 97,
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de VvE.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 3122713 EJ VERZ 14-87 van de kantonrechter te Haarlem van 22 september 2014;
b. de beschikking in de zaak C/15/217531/HA RK 14-63 en de vonnissen in de zaak C/15/218433/HA ZA 14-490 van de rechtbank Noord-Holland van 9 oktober 2014 (beschikking), 3 december 2014 en 24 juni 2015;
c. het arrest in de zaak 200.180.565/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 december 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De VvE heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser] mede door mr. R.R. Oudijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 4 mei 2018.