Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bopz. Machtiging tot voortgezet verblijf. Mondelinge behandeling aangehouden voor…

Hoge Raad, 4 mei 2018

Zaakgegevens

Op 4 mei 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 mei 2018
Datum publicatie
3 mei 2018
Zaaknummer
18/00218
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. C. Reijntjes-Wendenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:683
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bopz. Machtiging tot voortgezet verblijf. Mondelinge behandeling aangehouden voor contra-expertise. Overschrijding beslistermijn? (HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2016, NJ 2016/475)

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 16 maart 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:429
  2. Hoge Raad · 4 mei 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:683

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

4 mei 2018

Eerste Kamer

18/00218

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,

t e g e n

de OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT MIDDEN-NEDERLAND,
zetelende te Utrecht,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak C/16/442065/FA RK 17-3713 van de rechtbank Midden-Nederland van 31 juli 2017 en 17 oktober 2017.

De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikkingen van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 4 mei 2018.