Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding van verdachte tegen de Staat tot verkrijging van onderzoeksmateriaal dat berust…

Hoge Raad, 18 mei 2018

Zaakgegevens

Op 18 mei 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 mei 2018
Datum publicatie
18 mei 2018
Zaaknummer
17/01753
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:733
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding van verdachte tegen de Staat tot verkrijging van onderzoeksmateriaal dat berust bij OM/NFI, nadat het hof in de strafzaak dat verzoek heeft afgewezen. Doorkruising rechtsgang Wetboek van Strafvordering? Toetsingsmaatstaf bij beoordeling beslissing strafrechter. Recht van verdachte op onderzoek in eigen beheer.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 28 februari 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:1804
  2. Conclusie A-G · 2 februari 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:109
  3. Hoge Raad · 18 mei 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:733

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

18 mei 2018

Eerste Kamer

17/01753

LZ/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verdachte],
thans gedetineerd in de PI Ter Peel,

EISERES tot cassatie,

advocaten: voorheen mr. C.J.-A. Seinen en mr. D. Rijpma, thans mr. D. Rijpma,

t e g e n

de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en
mr. G.C. Nieuwland.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de verdachte en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/09/507167/KG ZA 16/319 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 4 mei 2016;

b. het arrest in de zaak 200.192.948/02 van het gerechtshof Den Haag van 28 februari 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend en vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de verdachte heeft bij brief van16 februari 2018 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de verdachte in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de verdachte deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 18 mei 2018.