Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Vervolg op HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2630. Overeenkomstenrecht…

Hoge Raad, 8 juni 2018

Zaakgegevens

Op 8 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juni 2018
Datum publicatie
7 juni 2018
Zaaknummer
17/01539
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. W.H van Hemel, mr. H.J.W. Alt
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:855
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Vervolg op HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2630. Overeenkomstenrecht. Rechten uit koopovereenkomst; doorverkoop. Naast koopsom overeengekomen vergoeding van kosten en gederfde winst, of hogere koopsom?

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 juni 2013

    ECLI:NL:GHARL:2013:4318
  2. Conclusie A-G · 9 mei 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:375
  3. Hoge Raad · 5 september 2014

    ECLI:NL:HR:2014:2630

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 december 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:5672
  5. Conclusie A-G · 6 april 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:395
  6. Hoge Raad · 8 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:855

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

8 juni 2018

Eerste Kamer

17/01539

LZ/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. W.H. van Hemel,

t e g e n

RESTYLE GROEP NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Almelo,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en RGN.

1 Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:

a. zijn arrest in de zaak 13/04164, ECLI:NL:2014:2630, van 5 september 2014;

b. het arrest in de zaak 200.185.325/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 december 2016.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

RGN heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor RGN toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiseres] heeft op20 april 2018 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RGN begroot op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 8 juni 2018.