Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfspand. Is verhuurder bedrijfspand bij voorgenomen verkoop verplicht…
Hoge Raad, 22 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:978 · Hoge Raad · 22 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-978
Zaakgegevens
Op 22 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 juni 2018
- Datum publicatie
- 20 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/02229
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.H.M van Swaaij, aanvankelijk mr. C.J-A Seinen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:978
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfspand. Is verhuurder bedrijfspand bij voorgenomen verkoop verplicht pand eerst aan huurder te koop aan te bieden?
Procesgang
Uitspraak · 2015
ECLI:NL:RBZWB:2015:6074Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 februari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:426Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:405Hoge Raad · 22 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:978
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
22 juni 2018
Eerste Kamer
17/02229
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
VILLA VREDEOORD B.V.,
gevestigd te Chaam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
STICHTING CASADE, voorheen Casade Woonstichting,
gevestigd te Waalwijk,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: aanvankelijk mr. C.J-A. Seinen, thans mr. R.L. Bakels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Villa Vredeoord en Casade.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 3225274 CV EXPL 14-5662 van de kantonrechter te Tilburg van 17 december 2014 en het vonnis in de zaak C/02292597/HA ZA 14-953 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 juli 2015;
b. het arrest in de zaak 200.181.450/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 februari 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Villa Vredeoord beroep in cassatie ingesteld. Casade heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleidingen het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van Villa Vredeoord heeft bij brief van 26 april 2018 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Villa Vredeoord in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Casade begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 22 juni 2018.