Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Identiteitsfraude. Schending art. 8 EVRM. Vergoeding van…
Hoge Raad, 12 juli 2019
ECLI:NL:HR:2019:1170 · Hoge Raad · 12 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1170
Zaakgegevens
Op 12 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juli 2019
- Datum publicatie
- 11 juli 2019
- Zaaknummer
- 18/01570
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. Y.E.J. Geradts
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1170
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Identiteitsfraude. Schending art. 8 EVRM. Vergoeding van immateriële schade? Art. 6:106 lid 1, onder b, BW. HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 16 januari 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:9Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 mei 2019
ECLI:NL:PHR:2019:561Hoge Raad · 12 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1170
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/01570
Datum 12 juli 2019
ARREST
In de zaak van
STICHTING CENTRALE ADMINISTRATIE VOOR VOORZIENINGEN OP HET GEBIED VAN DE GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [eiser],
gevestigd te Zoetermeer,
EISERES tot cassatie,
hierna: de bewindvoerder,
advocaat: mr. Y.E.J. Geradts,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaten: mr. G.C. Nieuwland en mr. M.H.K. Jansen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/09/486531 / HA ZA 15-445 van de rechtbank Den Haag van 20 april 2016;
-
het arrest in de zaak 200.192.862/01 van het gerechtshof Den Haag van 16 januari 2018.
De bewindvoerder heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de bewindvoerder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de bewindvoerder in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bewindvoerder deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 juli 2019.