Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Aanbestedingsrecht. Europese aanbesteding door gemeente. Onrechtmatige daad (art. 6:162…
Hoge Raad, 12 juli 2019
ECLI:NL:HR:2019:1172 · Hoge Raad · 12 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1172
Zaakgegevens
Op 12 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juli 2019
- Datum publicatie
- 11 juli 2019
- Zaaknummer
- 18/01693
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.F.L.M Schim, mr. J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1172
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aanbestedingsrecht. Europese aanbesteding door gemeente. Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Klacht dat inschrijver aan wie opdracht is gegund, niet voldeed aan de inschrijvingseisen. Gelijkwaardig certificaat of 'ander bewijs' als bedoeld in art. 49 Richtlijn EU/2004/18, art. 51 lid 2 Bao en art. 2.20.2 ARW 2005. Is de ARW 2005 'recht' in de zin van art. 79 RO? Kan partner in combinatie die inschrijving deed pro se schadevordering instellen?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 april 2019
ECLI:NL:PHR:2019:452Hoge Raad · 12 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1172
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/01693
Datum 12 juli 2019
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE DEN HELDER,
zetelende te Den Helder,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: mr. B.F.L.M. Schim,
tegen
[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 132100/HAZA 11-591 van de rechtbank te Alkmaar van 9 mei 2012, 14 november 2012, 5 juni 2013, 30 oktober 2013, 9 april 2014 en 16 september 2015;
b het arrest in de zaak 200.205.324/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2018.
De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Gemeente mede door mr. H. Speyart en mr. A.G. Colenbrander.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 juli 2019.