Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Voorwaardelijke machtiging. Is voldaan aan eisen voor voorwaardelijke machtiging?…

Hoge Raad, 19 juli 2019

Zaakgegevens

Op 19 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 juli 2019
Datum publicatie
18 juli 2019
Zaaknummer
19/01715
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. C. Reijntjes-Wendenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1257
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Voorwaardelijke machtiging. Is voldaan aan eisen voor voorwaardelijke machtiging? Is sprake van gevaar?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 juni 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:690
  2. Hoge Raad · 19 juli 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1257

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01715

Datum 19 juli 2019

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene] ,
wonende te [woonpaats] ,

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT MIDDEN-NEDERLAND,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/16/472063/FA RK 18-7106 van de rechtbank Midden-Nederland van 10 januari 2019.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident E.J. Numann op 19 juli 2019.