Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid accountant. Opdracht tot afgeven van inbrengverklaring (art…

Hoge Raad, 27 september 2019

Zaakgegevens

Op 27 september 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 september 2019
Datum publicatie
26 september 2019
Zaaknummer
18/01947
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1447
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid accountant. Opdracht tot afgeven van inbrengverklaring (art. 2:204a (oud) BW) met het oog op voorgenomen fusie. Gehoudenheid om met opdrachtgever te overleggen over onderling afwijkende kolommenbalansen bij beoogde fusiepartner? Relevantie van tuchtrechtelijke veroordeling accountant. Causaal verband.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:RBZWB:2015:6396
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 februari 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:472
  3. Conclusie A-G · 17 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:521
  4. Hoge Raad · 27 september 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1447

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/01947

Datum 27 september 2019

ARREST

In de zaak van

1. VAN BOEKEL ACCOUNTANTS EN ADVISEURS,
gevestigd te Tilburg,

2. [de Accountant] ,
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: Van Boekel c.s.,

advocaten: mr. D.A. van der Kooij en mr. A. Stortelder,

tegen

DE SALAIRE BEHEER B.V.,
gevestigd te Venlo,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna: De Salaire,

advocaten: mr. A.C. van Schaick en mr. N.E. Groeneveld-Tijssens.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/02/278287/HA ZA 14-185 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 april 2014 en 5 augustus 2015;

b. het arrest in de zaak 200.188.991/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 februari 2018.

Van Boekel c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De Salaire heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.

De advocaten van Van Boekel c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het principale beroep;

- veroordeelt Van Boekel c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Salaire begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Van Boekel c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 27 september 2019.