Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Uitleg overeenkomst. Heeft bestuurder van vennootschappen die…
Hoge Raad, 4 oktober 2019
ECLI:NL:HR:2019:1497 · Hoge Raad · 4 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1497
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2019
- Datum publicatie
- 2 oktober 2019
- Zaaknummer
- 18/02070
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J den Hoed, mr. R.L.M.M. Tan
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1497
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Uitleg overeenkomst. Heeft bestuurder van vennootschappen die overeenkomsten van geldlening zijn aangegaan, zich - in privé - hoofdelijk verbonden tot terugbetaling?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 13 februari 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:464Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 juni 2019
ECLI:NL:PHR:2019:635Hoge Raad · 4 oktober 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1497
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/02070
Datum 4 oktober 2019
ARREST
In de zaak van
GOTCHA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Gotcha,
advocaat: mr. J. den Hoed,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: mr. R.L.M.M. Tan.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/565108/HA ZA 14-500 van de rechtbank Amsterdam van 3 september 2014, 26 november 2014 en 2 september 2015;
b. de arresten in de zaak 200.184.772/01 van het gerechtshof Amsterdam van 18 april 2017 en 13 februari 2018.
Gotcha heeft tegen het arrest van het gerechtshof van 13 februari 2018 beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Gotcha heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Gotcha in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.049,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Gotcha deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 4 oktober 2019.