Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Faillissementsrecht. Ongerechtvaardigde verrijking. Verpande vorderingen uit…

Hoge Raad, 4 oktober 2019

Zaakgegevens

Op 4 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 oktober 2019
Datum publicatie
3 oktober 2019
Zaaknummer
18/03005
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. M.E Bruning, mr. F.E. Vermeulen
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1528
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Faillissementsrecht. Ongerechtvaardigde verrijking. Verpande vorderingen uit verzekeringsovereenkomst. Rechtskeuze Engels recht en niet-overdraagbaarheidsbeding naar Engels recht. Schadeuitkering en terugbetaling teveel betaalde premies.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 10 april 2018

    ECLI:NL:GHDHA:2018:3949
  2. Conclusie A-G · 24 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:552
  3. Hoge Raad · 4 oktober 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1528

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/03005

Datum 4 oktober 2019

ARREST

In de zaak van

J.J. SCHELLING, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.
wonende te Rotterdam,

EISER tot cassatie,

hierna: de curator,

advocaat: mr. M.E. Bruning,

tegen

1. COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Utrecht,

2. CARINS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,

3. NOORD-NEDERLANDSE ASSURANTIEMAKELAARS B.V.,
gevestigd te Groningen,

4. SCHEEPVAARTMAATSCHAPPIJ FOKKO B.V.,
gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna gezamenlijk: Rabobank c.s.,

advocaat: mr. F.E. Vermeulen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/10/481075/HA ZA 15-784 van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2016;

b. het arrest in de zaak 200.194.625/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 april 2018.

De curator heeft tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 april 2018 beroep in cassatie ingesteld. Rabobank c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Rabobank c.s. toegelicht door hun advocaat en mede door mr. P.E. Ernste.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank c.s. begroot op € 6.632,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 4 oktober 2019.