Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht; art. 7:941 lid 5 BW. Arbeidsongeschiktheidsverzekering; opzettelijke…
Hoge Raad, 25 oktober 2019
ECLI:NL:HR:2019:1631 · Hoge Raad · 25 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1631
Zaakgegevens
Op 25 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 oktober 2019
- Datum publicatie
- 24 oktober 2019
- Zaaknummer
- 18/03084
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.S.G Janssens, mr. D.M. de Knijff
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1631
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht; art. 7:941 lid 5 BW. Arbeidsongeschiktheidsverzekering; opzettelijke misleiding; verzwijgen werkzaamheden en inkomsten; stelplicht en bewijslast. Uitleg overeenkomst.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 april 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:3511Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 juni 2019
ECLI:NL:PHR:2019:745Hoge Raad · 25 oktober 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1631
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03084
Datum 25 oktober 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers] ,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
tegen
ASR SCHADEVERZEKERING N.V., als rechtsopvolger van Generali Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Generali,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/382745 van de rechtbank Midden-Nederland van 19 augustus 2015;
b. het arrest in de zaak 200.187.377 van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2018.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Generali heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Generali begroot op € 865,34,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 25 oktober 2019.