Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onteigening. Werk waarvoor onteigend wordt (art. 61 Ow). Ander (inpassings)plan dan…
Hoge Raad, 29 november 2019
ECLI:NL:HR:2019:1860 · Hoge Raad · 29 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1860
Zaakgegevens
Op 29 november 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 november 2019
- Datum publicatie
- 27 november 2019
- Zaaknummer
- 19/00957
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.P van den Berg, mr. J.F. de Groot
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1860
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onteigening. Werk waarvoor onteigend wordt (art. 61 Ow). Ander (inpassings)plan dan voorzien? Grenzen rechtsstrijd.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 september 2019
ECLI:NL:PHR:2019:858Hoge Raad · 29 november 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1860
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00957
Datum 29 november 2019
ARREST
In de zaak van
[de eigenaar],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [de eigenaar],
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
tegen
PROVINCIE OVERIJSSEL,
zetelende te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Provincie,
advocaat: mr. J.F. de Groot.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak C/08/216378 / HA ZA 18-169 van de rechtbank Overijssel van 30 januari 2019.
[de eigenaar] heeft tegen het vonnis van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De Provincie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de Provincie toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P.J. Wattel strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 Wet RO.
De advocaat van [de eigenaar] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [de eigenaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de eigenaar] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 29 november 2019.