Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteitsrecht. Vervolg op HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:756. Behoorde het kind…
Hoge Raad, 15 februari 2019
ECLI:NL:HR:2019:227 · Hoge Raad · 15 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-227
Zaakgegevens
Op 15 februari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 februari 2019
- Datum publicatie
- 14 februari 2019
- Zaaknummer
- 18/02000
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J van Basten Batenburg, mr. M.M. van Asperen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:227
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Nationaliteitsrecht. Vervolg op HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:756. Behoorde het kind feitelijk tot het gezin van haar grootouders? Art. 10 lid 2 Vreemdelingenwet (oud) in verbinding met art. 47 Vreemdelingenbesluit (oud).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 december 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1498Hoge Raad · 15 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:227
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
15 februari 2019
Eerste Kamer
18/02000
EV/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
De STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst), zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en de Staat.
1 Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 16/01433 ECLI:NL:HR:2017:756 van de Hoge Raad van 21 april 2017;
b. de beschikking in de zaak C/09/531669 HA RK 17-221 van de rechtbank Den Haag van 8 maart 2018.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 15 februari 2019.